Marcel Blankensteijn
Ik was een paar jaar terug onder de indruk hoe jij de klas 2HD/3HD van Linden, Ruben en Loek, gezellig meenam op een uitje als mentor. Ik had op dat moment mijn buik vol van 2H/3H en ben toen zelfs bij Marianne gaan buurten of ik niet beter in haar team zou kunnen werken. Jij had een paar lastige klassen die ik ook had en ze waren soms tijdens mijn les bezig voor wiskunde en ik hoorde ze mopperen op jou, maar ze deden het toch.
Ook merkte ik dat jij goed contact had met leerlingen die het echt oprecht moeilijk hadden, moeilijk met wiskunde (als docent) of moeilijk met hun leven (als mentor).
Als ik dan een enkele keer bij jou binnenkwam in de les, waren de leerlingen rustig aan het werk en zaten ze gewoon wiskunde te doen met hun boek en schrift en rekenmachine voor zich. Ook de leerlingen die ik bijna niet aan het werk kreeg, die zag ik werken bij jou. Ik had zoiets van: HOE DAN. Je zorgt voor verbinding in een groep. Later merkte ik dat dat met de relatie leerling-docent te maken heeft die jij goed gebruikt. Je laat leerlingen over zichzelf nadenken, over wat ze doen en wat ze niet doen. Je kent ze individueel snel en goed blijkbaar.
Leerlingen zien jou ook echt wel staan, ze weten wie je bent en ze weten wat ze hebben aan jou, maar ook wanneer je boos bent. Je ziet hoe verschillend de leerlingen zijn, bijvoorbeeld mentor leerlingen van mij, R en J. Terwijl ik het verschil in houding en gedrag niet zo goed zag, legde jij mij uit wie wie was en wie er wil ging komen en wie niet. Verder heb je de afgelopen jaren mij meerdere keren gewaarschuwd wanneer leerlingen in de problemen dreigden te raken. Is er wat thuis of ligt ze uit de groep, zei je dan, terwijl ik het nog niet zag. Je bent naar meiden toe begrijpend en doortastend, je ziet hun problemen en probeert ze te helpen. Naar jongens toe ben je streng en duidelijk en je ziet wanneer ze echt te ver gaan en je spreekt ze daarop aan. Dit samen in een mentorgroep en een lesgroep werkt! Je zorgt voor een veilige leeromgeving en maakt tijd voor leerlingen individueel terwijl het vaak niet jouw mentorleerlingen zijn.
Als laatste over jouw rol als begeleider van Daniek met mijn klas. Je blijft net voldoende op de achtergrond maar bent vrijwel altijd aanwezig. Daniek had het lastig met mijn klas, maar jij was er vrijwel altijd dichtbij. Ik weet zeker dat de klas en docent op dat moment heel veel van jou hebben geleerd.